http://www.eurospirit.be
Statuut van de Europese Parlementsleden. De houding van de VU in het EP.
(Brussel - 03/12/98) Het Europees Parlement besprak op 2 en 3 december tijdens haar plenaire zitting te Brussel ondermeer het verslag Rothley over een ontwerpstatuut voor de leden van het Europees Parlement.
Het EP besliste dat voortaan alle EP-leden eenzelfde bezoldiging zullen krijgen van ongeveer 230.000 frank bruto/maand. Daarop zal een Europese belasting geheven worden van zowat 22,5 %. Fiscale vrijstellingen komen niet in aanmerking. Er komt ook een gemeenschappelijke regeling inzake onverenigbaarheden en onschendbaarheden.
Volksunie-Europarlementslid Nelly Maes kwam op 2 december 1998 's avonds heel laat in het debat tussen. Vooraf stuurde ze de pers een nota over haar standpunt.
Het Europees Parlement en de Europese instellingen kampen met een serieus imagoprobleem. Ze worden door de brede publieke opinie gecatalogeerd als een geldverslindende machine.
Volksunie-Europarlementslid Nelly MAES wil het debat over de invoering van een statuut voor Europarlementsleden aangrijpen om te komen tot een aanvaardbare en rechtvaardige oplossing binnen een gemeenschappelijk Europees statuut.
Uitgangspunten
1. De Volksunie is voorstander van een hecht en democratisch verenigd Europa, waarvan het Europees Parlement de emanatie is. Om deze gedachte te beklemtonen kan het statuut van de Europese parlementsleden geen halfslachtig samenraapsel blijven van nationale en intergouvernementele regelingen. Daarom pleit de VU voor een echt gemeenschappelijk Europees Statuut voor de leden van het Europees Parlement. Zo'n statuut moet een einde maken aan de onderlinge discriminatie tussen EP-leden. Een regeling inzake immuniteiten en onverenigbaarheden moet de onafhankelijkheid van elk Europees Parlementslid waarborgen en ‘cumulards' uit het EP verdrijven.
2. De regeling moet transparant zijn, de vergoeding van werkelijk gemaakte onkosten regelen en mogelijke misbruiken uitsluiten.
3. De Volksunie steunt de amendementen die voorzien in een bezoldiging die gebaseerd is op het gemiddelde van de huidige vergoedingen van nationale parlementsleden. Logischerwijze zullen de EP-leden Europees belast worden op deze bezoldiging. Anders bouw je een nieuwe discriminatoire maatregel in.
4. Het verslag Rothley dreigt vast te lopen in een overdreven ijver om nauwgezet de regeling inzake vergoedingen in het statuut of in annexen uit te werken. De Volksunie pleit er integendeel voor een aantal principes in het statuut in te schrijven en de concrete uitwerking ervan over te laten aan het Bureau van het Europees Parlement.
5. Principes inzake bezoldiging en vergoedingen:
a. De totstandbrenging van een parlementaire bezoldiging op basis van de gemiddelde vergoeding van nationale parlementsleden in de vijftien lidstaten.
b. De terugbetaling van reisonkosten moet gebeuren op basis van de werkelijk gemaakte kosten en dit op basis van bewijsstukken.
c. EP-leden krijgen een forfaitaire dagvergoeding (ter vergoeding van verblijfskosten, zoals hotel- en maaltijdkosten) voor elke missie die ze in het kader van hun mandaat uitvoeren (plenaire en fractievergaderingen, studiedagen, ...). Voor leden die in de buurt van de vergaderplaats wonen, wordt geen dagvergoeding uitbetaald. Wel kan het betrokken lid een vergoeding krijgen voor de werkelijk gemaakte kost (bijvoorbeeld als hij/zij na een lange vergader dag verkiest op hotel te overnachten in plaats van naar huis te gaan).
d. Naast een statuut voor de leden moet er ook een statuut worden uitgewerkt voor de assistenten van de leden. Deze discussie sleept al meer dan 10 jaar aan en verdient een oplossing. Ook hier moeten misbruiken (nepotisme, nepcontracten, onderhandse terugbetalingen, ... de wereld uit geholpen worden.
6. De overgangsregeling
De Volksunie is tegenstander van om het even welke overgangsregeling. Mensen die in juni 1999 kandideren weten waarvoor ze kiezen. Als ze hun kandidatuur daarvan laten afhangen, kan je vragen stellen over hun motivatie. Wel kan je voorzien dat wanneer er problemen ontstaan (bv. Pensioenregeling in Duitsland) de lidstaten de bevoegdheid hebben daarvoor specifieke oplossingen uit te werken.
7. De vrijwillige aanvullende pensioenregeling
Rapporteur Rothley stelt voor deze regeling op te doeken tegen het einde van de volgende zittingsperiode, m.n. juli 2004.
Er werden vier soorten amendementen in gediend:
- behoud huidige regeling bijdrage 1/3 EP-lid, 2/3 EP;
- huidige regeling aanpassen in bijdrage 2/3 EP-lid en 1/3 EP,
- de huidige regeling opdoeken op het einde van de huidige zittingsperiode,
- de leden laten vallen onder eenzelfde Sociale Zekerheidsregeling als de ambtenaren en behoud van het vrijwillige aanvullende pensioenfonds, evenwel beheerd door een particuliere instantie) en een 100% bijdrageplicht van die leden die hiervoor kiezen.
De Volksunie kiest voor het opdoeken van de vrijwillig aanvullend pensioenfonds op het einde van de huidige zittingsperiode.
EP-lid Nelly MAES hoopt dat het Europees Parlement op 3 december 1998 een coherente tekst zal aannemen die zich bovendien niet alleen richt op de geldelijke voordelen van het mandaat maar evenzeer op de noodzakelijke regeling inzake onverenigbaarheden en immuniteiten.
Nelly MAES is van oordeel dat de aanneming van een ontwerpstatuut het Europees Parlement niet ontslaat van de plicht een coherente, waterdichte en transparante regeling te treffen inzake de uitbetaling van de diverse vergoedingen. Uitbetalen mag alleen voor werkelijk gemaakte kosten. Het Volksunie-Europarlementslid zal onder geen beding dulden dat de beraadslagingen in de Raad (die met unanimiteit moet beslissen) worden aangegrepen om voorlopig op dit terrein niet te moeten "handelen".
Nelly MAES eist dat de nieuwe regeling van kracht wordt bij de start van de komende zittingsperiode van het Europees Parlement (juli 1999). Verder uitstel ondergraaft de geloofwaardigheid van het Europees Parlement.
Toegevoegd door Nelly Maes {administrator@eurospirit.be} op 03/12/1998